De vaktaal van de horeca
Elk vak heeft zijn eigen taal. In de horeca circuleren begrippen die je niet in een woordenboek vindt maar die elk teamlid direct begrijpt. Hier zijn de acht die je moet kennen:
1β4: Tempo, cover, mise-en-place en 86
β’ Tempo β het signaal dat het druk wordt en je moet versnellen
β’ Cover β één gast aan tafel; '60 covers' = 60 gasten
β’ Mise-en-place β alles klaarstaan voor de dienst (afkorting: mis-en-plas)
β’ 86 β een product is op; 'we zijn 86 op de carpaccio'
5β8: Bon, weed, upselling en debrief
β’ Bon β de bestelling die binnenkomt uit de keuken of kassasysteem
β’ Weed (in het onkruid zitten) β overweldigd zijn door bestellingen of drukte
β’ Upsellen β een duurdere optie of extra product voorstellen aan de gast
β’ Debrief β kort nabespreken van de dienst met het team aan het einde
- Gebruik vaktaal pas als je zeker weet dat je collega's het ook kennen
- Op nieuwe locaties: luister eerst hoe het team communiceert
Gebruik ze en val op
Als je tijdens een dienst soepel de juiste termen gebruikt, merk je direct dat collega's en leidinggevenden je serieuzer nemen. Professionele communicatie is de helft van professionele uitstraling.
Klaar om te beginnen?
Geen CV nodig β app Rob direct of plan je intake online. Je eerste dienst zit er snel aan te komen.